REGIO, 20 maart 2024 – De Staat heeft de belangen van de omwonenden van Schiphol stelselmatig ondergeschikt verklaart aan de belangen van de luchthaven en de luchtvaart. En dat is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat bepaalde de rechtbank Den Haag woensdag in een bodemprocedure tussen Stichting Recht op bescherming tegen vliegtuighinder (RBV) en de Nederlandse Staat. De rechtbank oordeelde ook dat de Staat voortaan de geluidsoverlast van meer omwonenden mee moet nemen in de besluitvorming. Daardoor moet voortaan ook de geluidsoverlast in bijvoorbeeld Warmond worden meegerekend.
De Staat weegt de belangen van omwonenden stelselmatig niet op de juiste manier mee, zo oordeelde de rechtbank. Daarnaast wordt geldende regelgeving al sinds 2010 onvoldoende gehandhaafd. De Staat handelt daarmee onrechtmatig. De rechtbank oordeelt dat de Staat binnen twaalf maanden geldende wet- en regelgeving moet handhaven. Ook moet de Staat rechtsbescherming bieden voor alle mensen die ernstige hinder of slaapverstoring ondervinden van het luchtverkeer van en naar Schiphol. Die groep is gebaseerd op meetpunten waarvan al sinds 2005 duidelijk is dat die geen volledig beeld geven van de spreiding en ernst van de geluidsoverlast.
Warmond
Hierdoor heeft de Staat de belangen van een aanzienlijk aantal mensen die ernstige geluidshinder en slaapverstoring ondervinden, niet heeft meegenomen in onderzoeken waarop het beleid wordt afgestemd. Deze mensen, bijvoorbeeld in Warmond, bevinden zich buiten de geluidscontouren. Dat is een lijn op de landkaart rondom Schiphol die gebruikt wordt om geluidbelasting van luchtverkeer van en naar de luchthaven in beeld te brengen. Deze groep kan geen aanspraak maken op voorzieningen in de regelgeving. De Staat zegt dat genomen maatregelen die gunstig zijn voor de mensen binnen deze geluidscontouren, ook gunstig zijn voor de mensen daarbuiten. De rechtbank vindt dit echter niet aannemelijk. In het verleden is immers herhaaldelijk gebleken dat maatregelen om de situatie op de ene locatie te verbeteren, leidden tot verergering van de situatie elders. Bovendien blijkt uit onderzoek van onder meer de GGD en het RIVM dat de meeste mensen die geluidsoverlast van Schiphol ervaren buiten de geluidscontouren wonen.
Het ontbreekt volgens de rechtbank ook aan adequate en daadwerkelijk gehandhaafde normen van de geluidbelasting voor mensen die overlast ervaren door Schiphol. Sinds 2010 is gewerkt met tijdelijke regelingen en conceptregelingen die niet zijn aangenomen of in werking zijn getreden. Daardoor is voor omwonenden nog steeds niet duidelijk op basis van welke normen ze welke rechtsbescherming krijgen.
De rechtbank heeft de Staat geen dwangsom opgelegd, omdat dit in een democratische rechtsstaat niet nodig zou zijn. De Staat wordt geacht veroordelingen na te komen en in de praktijk heeft de Staat dat volgens de rechtbank tot op heden meestal ook gedaan. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zegt het vonnis te gaan bestuderen. “Het oordeel van de rechter is glashelder: er moet meer aandacht komen voor omwonenden en het terugdringen van geluidshinder. Dat was al de inzet van het kabinet”, zo liet het ministerie aan de NOS weten.
