TEYLINGEN, 4 mei – In Sassenheim, Voorhout en Warmond werd vanavond stil gestaan bij de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog. In alle dorpen gingen leden van het College van van B&W voor in de herdenking. In Warmond ging er nog even een schok door het publiek toen één van de scouts die aan de herdenking meewerkte, flauw viel.


Toespraak burgemeester Staatsen bij de gedenknaald in Warmond
We hebben net in de Protestantse Kerk de slachtoffers van 1940-1945 herdacht. In die oorlog zijn 15 Warmonders omgekomen. Drie van hen, Gerard van Wickevoort Crommelin, Dirk van der Kerkhof en de in september 1944 geexecuteerde burgemeester Ketelaar, zijn in Warmond begraven. Wij hebben hen vanmiddag geeerd door bloemen op hun graven te leggen.
En we hebben nagedacht en gesproken over oorlog en vrede, vrijheid en onvrijheid, over menselijkheid en onmenselijkheid.
Leren wij van het verleden? Hebben we oorlog, onvrijheid en onmenselijkheid uitgebannen?
Maar heel ten dele! We weten waar ze zijn: de miljoenen vluchtelingen en ontheemden. We weten waar ze worden geboren en sterven: de armen en kanslozen. We weten waar mensen worden vervolgd en gediscrimineerd omwille van hun geloof, huidskleur, sexuele geaardheid.
Alle reden dus om aan vrijheid te blijven werken. Want we zijn niet alleen vrij van…., van onrecht en van oorlog, maar we zijn ook vrij tot…..! Tot het werken aan een betere samenleving, in Warmond maar ook verder weg!
Vrijheid is niet vrijblijvend, maar ook een opdracht aan onszelf en aan elkaar! En wat ook onze inspiratie in het leven is, wat ook onze waarden en normen zijn: een mens leeft niet alleen voor zichzelf!
De essentie van wat ik vanavond zeggen wil, is: vrijheid is een werkwoord, vrijheid is een werkwoord!
De basis voor vrijheid, voor een vrije samenleving is voor mij respect. De ander respecteren betekent, dat je geen geweld gebruikt, anderen niet intimideert, andermans bezittingen, huis en haard, respecteert, dat je niet op voorhand oordeelt en veroordeelt, dat je mensen met andere opvattingen en uit andere culturen niet als een bedreiging ervaart, maar als een kans, en verrijking voor je eigen leven.
Als we in deze geest nu iedereen herdenken, die zijn leven –letterlijk of figuurlijk- heeft gegeven voor de vrijheid, dan is, dan blijft herdenken waardevol!

Toespraak burgemeester Staatsen in de Protestantse kerk in Warmond
Vorig jaar hebben we voor de 60-ste keer onze oorlogsslachtoffers herdacht en de bevrijding gevierd. Dit jaar, vandaag dus de 61-keer.
We herdenken de 15 Warmonders, die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Drie daarvan zijn in Warmond begraven: Gerard van Wickevoort Crommelin, Dirk van der Kerkhof en de op 6 september 1944 in Warmond geëxecuteerde burgemeester Ketelaar. Vanmiddag hebben wij bloemen gelegd bij hun graven en bij de herinneringsplaquette van de burgemeester in de omheiningsmuur.
Wordt herdenken sleets, clichématig, achterhaald? Voor ons is dit in ieder geval een bijzondere herdenking: de allereerste in de contekst van de nieuwe gemeente Teylingen! Hoewel natuurlijk nu in alle drie kernen van Teylingen bij het einde van de oorlog van 1940-1945 wordt stil gestaan.
Bijzonder is ook, dat uit onderzoek van het Nationaal Comite 4 en 5 mei blijkt, dat het draagvlak voor de dodenherdenking onverminderd groot is: 80% van de Nederlanders vindt het belangrijk; voor slechts 7% hoeft het niet.
De jaarlijkse herdenking is wat mij betreft een zinvolle traditie. Ook al wordt de afstand naar concreet ’40-’45 steeds groter, het is en blijft van grote waarde minimaal een keer per jaar bewust stil te staan bij ‘vrijheid’.
Het is met vrijheid als met gezondheid. Je gaat of je kunt het pas waarderen en naar volle betekenis ervaren, als je niet gezond bent, als je niet vrij bent. En dat is verraderlijk. Je moet je in je leven natuurlijk niet steeds zorgen maken over je gezondheid of over vrijheid. Maar we moeten er wel scherp op blijven, dat gezondheid en vrijheid niet zomaar over je heen komen, niet zomaar een gegeven zijn.
Ze zijn een gave, maar –hoewel je je gezondheid maar ten dele zelf kunt beïnvloeden- tegelijkertijd ook een opgave. Je moet werken aan je vrijheid! Herdenken is belangrijk om daar op gezette tijden bij stil te staan. Stil te staan bij heel direct de vraag: wat kunnen we zelf doen om vrijheid vast te houden of zelfs te versterken?
Vrijheid is dan ook niet zomaar een woord, is niet statisch, vrijheid is een werkwoord, een echt werkwoord! Laten we ons dat voor ogen houden en laten we dat doorgeven aan anderen.
Vrijheid lijkt voor ons in welvarend Nederland haast geen item. Ver weg, ja! Ja, daar wel: de miljoenen vluchtelingen en ontheemden, de slachtoffers van burgeroorlogen, de miljoenen, die arm en kansloos worden geboren en arm en na een vermorst leven sterven. Ver weg ja, maar ook onze medemensen! Voelen we ons ook voor hen verantwoordelijk? En zo ja, alleen in woord of ook in daad?
Maar toch ook: hoe staat het met vrijheid dichterbij? Maken wij het anderen mogelijk vrij te zijn? Door anderen niet te discrimineren, niet te manipuleren. Of, positiever geformuleerd, door iedereen gelijke kansen te garanderen, door iedereen te respecteren, te respecteren in zijn of haar menselijke waardigheid en betekenis.
Respect is de basis voor een echt vrije samenleving! Wat betekent dat nu concreet in onze eigen situatie? In Warmond?
Respecteren betekent, dat je geen geweld gebruikt, anderen niet intimideert; dat je verdraagzaam en mild bent; dat je andermans huis en haard niet aantast; dat je niet op voorhand oordeelt en veroordeelt, maar naar anderen luistert, bereid bent je te laten overtuigen; dat je mensen met andere opvattingen en culturen niet als een bedreiging maar als een kans, een verrijking ziet!
Zo is vrijheid echt een werkwoord! Niet alleen vrij zijn van, van verdrukking en onrecht, maar vrij zijn tot…. Tot werken aan –en het klinkt mogelijk wat zwaar, maar toch- een betere samenleving! Vrijheid is, voor mij, voor u, voor ons allen, niet vrijblijvend!
Als we in deze geest herdenken, met elkaar herdenken en elkaar inspireren en aanspreken, dan is herdenken waardevol. Dan blijft herdenken waardevol!

Toespraak wethouder Hollart in Voorhout
Op 10 juli 1942 vond in het Joods Lyceum te Amsterdam de jaarlijkse uitreiking van de einddiploma’s plaats. Over die examenplechtigheid hing een donkere schaduw. Op zaterdag 4 juli waren nl. aangetekend de eerste duizend oproepen verzonden aan joodse burgers om zich over 1 ½ week te melden voor de arbeidsinzet in het Oosten. Nadere plaatsbepaling ontbrak. U begrijpt dat elke oproep in het betrokken gezin en in een wijde kring daaromheen als een verpletterende slag aankwam.
Na de diplomauitreiking kreeg een meisje uit de hoogste klas, dat pas een uitstekend eindexamen had afgelegd, verlof de dames en heren leraren om raad te vragen. Zij en haar zusje hadden de oproep ontvangen naar Duitsland te gaan. Wat moesten ze doen ? Daar stond dat meisje, zeventien jaar, met haar einddiploma vol achten en negens, helemaal alleen, onbeschermd, maar rechtop voor de groene tafel, waarachter haar leraren zaten. Een lief, intelligent kind. Haar vraag – om nooit te vergeten – “Dames en Heren, zegt u ons asjeblieft wat we moeten doen”. Eén enkele leraar reageerde onmiddellijk : “Niet gaan !” Een ander stemde daarmee in, nog een, nog een. De anderen zwegen, weer iemand boog het hoofd. En niemand kon ze werkelijk helpen, en zo gingen zij in de dood, naar Auschwitz.
Vanavond vieren wij voor de eerste keer Dodenherdenking in de nieuwe gemeente Teylingen. Vrijheid en verscheidenheid, dat is dit jaar het thema van deze herdenking. Vrijheid en verscheidenheid binnen de samenleving als geheel, maar ook binnen de drie kernen van de gemeente Teylingen : Sassenheim, Warmond, Voorhout. Die verscheidenheid staat ook voor de situatie in onze nieuwe gemeente. Alle drie kernen hebben hun eigen karakter en toch vormen wij samen één gemeente. Vorig jaar was de 60e herdenking van de bevrijding. Daarmee is a.h.w. een periode afgesloten. Vandaag markeert het begin van een nieuwe periode.
Vrijheid en verscheidenheid. Wat anders is roept soms angst op. Mensen die anders zijn dan wij begrijpen we misschien niet helemaal. En het deel dat we niet begrijpen vertrouwen we blijkbaar niet helemaal. Dat leidt tot twee vragen :
1.Is het wel zo verstandig onwrikbaar vast te houden aan ons eigen gelijk, onze eigen levenswijze als alleenzaligmakend te beschouwen en onze eigen opvattingen als maatgevend voor anderen ? Waarom dat vasthouden aan eigen gelijk en die angst voor wat anders is, die vrees voor verscheidenheid ?
M.i. is het eerder : Niet wat je vasthoudt is voor jou van waarde, maar wat je doorgeeft aan de ander, dat bepaalt jouw waarde. En mensen hebben vaak veel van waarde aan anderen door te geven, zijn vaak reservoirs van onaangeboorde bronnen.
2. Een tweede vraag : Wat zou er gebeuren als de verscheidenheid in onze samenleving veel kleiner zou zijn ? Zou ik zelf dan misschien door anderen ineens als anders of afwijkend kunnen worden bestempeld, omdat ik b.v. mijn geloof anders beleef en uit, of omdat ik een andere leefwijze kies of omdat ik mij anders kleed? Moeten we wel juist de verschillen zoeken en benadrukken of is het anders?
In een samenleving waarin verscheidenheid een waarde is en waarin ook daadwerkelijk veel verschillende leefwijzen, culturen, geloven en opvattingen naast elkaar bestaan, hoeven mensen juist niet bang te zijn om als ‘afwijkend’ te worden bestempeld wanneer zij uitkomen voor hun eigen opvattingen en voorkeuren.
Waarom zijn we dan eigenlijk zo bang voor wat anders is ? Kunnen we met die angst leren omgaan ? En kunnen we iets doen om meer vertrouwen te creëren, ook tussen mensen en groepen van mensen die elkaar niet volledig begrijpen ?
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de vrijheid om je eigen leven vorm te geven een van de belangrijkste voorwaarden is om gelukkig te kunnen zijn. In democratieën blijkt de kwaliteit van het bestaan hoger te zijn dan onder andere regimes.
De reden hiervoor is dat mensen in een democratie niet alleen de formele vrijheid hebben om hun eigen leven vorm te geven, maar dat zij in een democratie ook de grootste verscheidenheid aan leefwijzen en overtuigingen om zich heen zien. En we kunnen uit die leefwijzen en overtuigingen zelf kiezen. Geheel anders dan in de 2e wereldoorlog, toen ieder die door uiterlijk, afkomst, aanleg of handicaps afweek van het ideaalbeeld van de Arische mens het risico liep te worden vervolgd of vermoord ( zoals het joodse meisje uit het begin van mijn betoog ).
De ander, die mij vaak nauwelijks bekend is, wil ook graag zijn of haar leven inrichten overeenkomstig zijn eigen voorkeur. Laten wij aan die ander ruimte gunnen om te leven en werken overeenkomstig zijn ideaal en laten wij tolerant zijn voor zaken die ons op het eerste gezicht misschien als vreemd of onbekend voorkomen. En laten wij het opnemen voor degene die vervolgd of gediscrimineerd wordt vanwege ras, geloof, overtuiging of levenswijze.
Eén van de tegenstanders van het Nazi-regime, de Duitse ds. Niemöller, heeft eens gezegd : “Toen ze de joden kwamen ophalen heb ik niet geprotesteerd : ik was geen jood. Toen ze de communisten kwamen ophalen heb ik niet geprotesteerd : ik was geen communist. Toen ze de katholieken kwamen ophalen heb ik niet geprotesteerd : ik was niet katholiek. Toen ze mij kwamen ophalen, was er niemand om te protesteren, want er waren geen anderen meer”. Laat ons dat toch nooit overkomen. Laten wij uit het leven en werken van hen die hun leven hebben gegeven lering trekken voor de toekomst, opdat ons gedenken niet tevergeefs is.
Op het herdenkingsmonument aan de Herenweg in Warmond staan de woorden van de dichter Muus Jacobse :
“Maar ik die leven mag tot de bevrijding
en juichen op het overwinningsfeest,
God, doe mij dan dit weten : wat voorbijging
Aan nood en leed is niet vergeefs geweest”.
Ik dank u voor uw aandacht.
