Het onderduikverhaal van Maurits Cohen en de dappere Sassemse Ien van der Neut

SASSENHEIM, 4 mei 2025 –  Een volle Sassenheimse dorpskerk luisterde naar het verhaal van holocaust-overlevende Maurits Cohen die in de oorlogsjaren in Sassenheim ondergedoken gezeten bij het gezin van Ien van der Neut aan de Charbonlaan.

Video: Het verhaal van holocaust-overlevende Maurits Cohen op 4 mei 2025 in de Dorpskerk

“De toen 7 jarige Mautje kwam in 1943 zonder zijn twee broers en zonder ouders via het verzet in Lisse terecht. Hij verbleef, samen met nog drie Joodse kinderen, bijna een jaar bij de familie Uythoven. Ze konden daar op een gegeven moment niet meer blijven. ‘Ze waren verraden en ze kregen te horen, dat de Duitsers een inval zouden gaan doen.’

Nog diezelfde avond kwam er een verzetsman op een fiets, die bracht Maurits en Mali een ander onderduikkind op de fiets naar Sassenheim. Het was al na ‘spertijd’, en het was dus verboden om nog buiten te zijn. Onderweg werden ze opgemerkt door Duitse soldaten, die het vuur openden op de fietsende verzetsman met de twee kinderen. De kogels vlogen hen om de oren maar ze werden niet geraakt.

In Sassenheim belde de verzetsman aan bij Charbonlaan 25, het huis van Ien van der Neut, een weduwe van 29 jaar, die zelf al drie eigen kinderen had. Het zou maar voor één nachtje zijn…. De weduwe besefte heel goed dat zij hiermee een groot risico nam en zei tegen de man, dat als zij zou worden opgepakt, haar eigen kinderen dan geen vader en moeder meer zouden hebben. Op het verbergen van joodse onderduikers stond namelijk de doodstraf. ‘Dan slaap ik wel op het land met ze!’ zei de man. Dat kon tante Ien ook niet laten gebeuren en zei dat het dan wel goed was voor één nachtje. Daarop zei de man dat er ook nog een jonge baby was. Mevrouw van der Neut zei: ‘Of ik nu voor twee of drie kinderen wordt opgepakt, dat maakt ook niets meer uit’.

Ondanks dat het verzet zorg droeg voor extra voedselbonnen, was het in een gezin met zes kinderen natuurlijk geen vetpot in die dagen. Ien van der Neut deed al het mogelijke om de eindjes aan elkaar te knopen. Het gezin moest ook regelmatig terugvallen op de gaarkeuken. Boven de keuken bouwde haar zoon Ton van der Neut die timmermansleerling was een extra ruimte. Deze schuilplaats was bereikbaar via een luik in één van de slaapkamers. In de buurt wist een ieder van de onderduikers. Zelfs de twee NSB’ers die in de straat woonden, waren ervan op de hoogte, maar zwegen.

De politieman Westeneng waarschuwde regelmatig wanneer de Duitsers weer huiszoekingen deden. Eénmaal belden de Duitsers aan bij alle deuren Het leek alsof zij riepen ‘Nood’, ‘Nood’, want ze zochten ‘van der Neut’. Maar het verzet had alle straatnamen en huisnummers verwijderd dus ze wisten niet precies waar ze moesten aanbellen.

Ondertussen wist Ton van der Neut de oudste zoon met de ondergedoken kinderen het nabijgelegen bollenveld in te vluchten. Ze verstopten zich in een sloot tussen het riet waar ze uren lang verbleven. Uiteindelijk gingen ze via de sloot en het bollenveld naar de schuren van Westerbeek, daar kregen ze droge kleren. Het was voor de toen 9 jarige Maurits de zoveelste nachtelijke vlucht, maar ook deze keer overleefde hij het weer.

Als je nu langs de Horsten loopt langs het water en je kijkt in de rietkragen en je bedenkt dat daar 2 jonge kinderen samen met een 16 jarige zich daar urenlang verscholen hebben gehouden in het koude water vol angst lopen bij mij de rillingen over mijn rug. Uiteindelijk overleeft Maurits de oorlog en is Nederland vrij!

Je zal nu denken wat fijn voor Maurits dat de oorlog voorbij was, hij kan nu zijn leven gaan leven zonder zich te hoeven verstoppen en in angst te hoeven zijn maar voor Maurits begon de oorlog pas toen deze voorbij was. Een jongen die tussen zijn 5e en tiende levensjaar , maar liefst 13 keer aan de dood was ontsnapt, in angst had geleefd en alles en iedereen verloren had, hij zou zijn vader en moeder niet meer terug zien, net als zijn beide broers, toen hij zich dat realiseerde begon voor hem de oorlog pas.

Uiteindelijk schreef Maurits een boek, De Erfenis. In dit boek beschrijft Maurits dat het goed gekomen is, ondanks het grote verlies van zijn familie en het verlies van een onbezorgde jeugd. Daar hebben uiteindelijk zijn eigen kinderen, kleinkinderen en vele anderen die hij liefheeft voor gezorgd. En daar is Maurits enorm dankbaar voor. Maurits is hier vanavond aanwezig, samen met zijn onderduik zusje Marianne Tak die na de oorlog hier in Sassenheim opgroeide en zijn onderduikvriendje Leno (die speciaal vanuit Hardenberg hier naar toe is gekomen vanavond) Net als 80 jaar geleden staan zij nu bijna op dezelfde plek, 80 jaar geleden op de vooravond van de bevrijding van Nederland.

In zijn boek schrijft Maurits dat zijn bevrijding pas vele jaren later kwam, bij de geboorte van zijn eigen kinderen. Het is goed gekomen, ondanks het verlies van zijn familie en een verloren kindertijd: de scheiding van zijn ouders, plaatsing in een kinderhuis, onderduikjaren in de oorlog en een pleeggezin na de oorlog.

Het gedicht aan het begin van zijn boek De Erfenis geeft dat mooi weer:

Mautje ontsnapt aan de nacht

de donkerte

alles verloren

behalve herinnering

hij reikt naar de dag

in zijn rugzak sporen van de nacht

in durend ochtendlicht

samen met hen die hem lief zijn.”

— Petra Pronk-van Luijk, bestuurslid Oranjevereniging Sassenheim