Verjaardagsconcert voor Maarten ’t Hart

WARMOND, 2 december 2009 – Vanaf de start zat zaterdag tijdens het concert in de protestantse kerk te Warmond de stemming er in.  Lang zal die leven”  schalde door de kerk voor Maarten ’t Hart die met een bescheiden glimlach de felicitaties in ontvangst nam. Het was zijn verjaardag en als cadeau had hij het programma voor deze avond mogen samen stellen.

Natuurlijk had iedereen Bach verwacht, maar de keuze was gevallen op Dvořák , Mozart en Schubert. Dat begon meteen goed. Het allegro ma non troppo uit het strijkkwartet nr 10 in e van Antonin Dvořák was ontroerend en hart verwarmend met zeer romantische lijnen voor  alt-violiste Karen de Wit, lijnen die zij met  zachte discretie vertolkte.

Structuur
’t Hart hield een geestige praatje en kondigde Mozarts strijkkwartet nr 18 in A aan. Hij prees het in meerdere toonaarden en waarschuwde dat het wellicht (door zijn onbekendheid?) niet was wat men ervan zou verwachten. Dat klopte. Mozarts strijkkwartet was stevig van structuur. Eerste violiste Tinta Schmidt von Altenstadt had goed de wind eronder en het Consort volgde haar nauwgezet.  In het laatste deel  was Amadeus of zijn tijd ver vooruit of de weg kwijt ; ook de strijkers hadden moeite de spanning vast te houden.
Dat gold ook voor het publiek. Het publiek, de Kerk tot de achterste banken gevuld met toehoorders, kreeg gelegenheid bij een kopje pauze-koffie op verhaal te komen.

Hooglanden
In Schuberts strijkkwintet in C wisselden 1e en 2e violistes van plaats en voegde Peter Leerdam zich bij het ensemble.  Franz Schubert, vooral bekend van zijn liederen en zijn Unvollendete, had nog wel iets anders in huis. Hij had beschikking over een onuitputtelijke bron waaruit melodieën hals over kop opborrelden. Een aantal daarvan zat in dit kwartet en allemaal doorgewerkt. Saskia Viersen sleepte de hele kerk mee naar de grillige Schotse Hooglanden en door diepe dalen van verlatenheid en armoede. Hartverscheurend waren de stiltes die vielen,  zacht als een gestreeld konijn op schoot was de aanzet tot nieuwe melodieën.  

Tegenspel
De emoties konden nog wel verwerkt worden, maar de hoeveelheid van melodische lijnen was voor de onschuldige toehoorder bijna te groot. Xandra Rotteveel op cello en Leerdam op contrabas moesten hard werken in hun tegenspel aan de twee violistes. Midden tussen dit viertal  hoge en lage strijkers zat  de ingetogen altvioliste die als een zachte heelmeesteres de hoop gaf dat het uiteindelijk goed zou komen.
En dat kwam het. Bevrijd van deze stortvloed aan muzikaliteit sprong het publiek op in een oorverdovende ovatie. Maarten ’t Hart glunderde.